Aannemer vindt historisch schapenskelet op Grote Markt
Aannemer DCA vond bij het uitgraven van een boomput op de Lierse Grote Markt het skelet van een schaap. Documenten die zich in een koker bij de restanten bevonden, bevestigen dat er ruim 600 jaar geleden inderdaad een schapenmarkt was in het Netestadje. Hiermee wordt de historische stelling dat Lier in 1421 koos voor een schapenmarkt boven een universiteit officieel bevestigd. Bovendien blijkt uit de vondst dat er in die periode reeds een “Sociëteit der Schaepshoofden” bestond met gelijkaardige doelstellingen als de huidige vereniging. Het skelet zal naar aanleiding van de feesten rond 800 jaar Lier volgend jaar tijdens de Schapenpalio op 27 mei plechtig tentoongesteld worden.
“De opgraving van het skelet en vooral de bijhorende documenten zijn voor historici van onschatbare waarde” vertelt Ann Ceulemans van de Dienst Monumenten en Erfgoed van de stad Lier. “Uiteraard moeten eerst nog de nodige wetenschappelijke onderzoeken gebeuren om de authenticiteit van de vondsten te bevestigen. Ook over het bestaan van een Sociëteit der Schaepshoofden moeten er andere bronnen teruggevonden worden”.
Marc Stubbe, voorzitter van de “jonge” sociëteit, is bijzonder enthousiast. “Het zou wel eens kunnen dat er vele eeuwen geleden niet alleen een schapenmarkt maar ook een Schapenpalio was in Lier. Daarmee zou deze een gelijkaardige zeer oude traditie hebben als deze van het Italiaanse Siena. Dat wij dit volgend jaar in het kader van de festiviteiten van Lier 800 organiseren, wordt zo een uniek historisch feit”.
Voor wetenschappers is het nog even wachten op de resultaten van de bijkomende onderzoeken. Voor de Sociëteit van de Schaepshoofden betekend de vondst een bijzondere ondersteuning van het organisatie volgend jaar. De Lierse wijken en deelgemeente Koningshooikt, die hun deelname aan de Schapenpalio reeds onderschreven, zullen volgend jaar op zondag 27 mei geschiedenis schrijven op de nieuwe Grote Markt van Lier.
Bovendien beslisten de aanwezige leden van de Sociëteit van de Schaepshoofden om, gezien de vondst, het Peterschap over de nieuwe boom op de markt op zich te nemen. Het betreft hier een Zilverlinde, ook wel Schapenboom genoemd omwille van de aanwezigheid van een donzige laag katoenachtige witte haren op de onderkant van de bladeren. Alle huidige en toekomstige Schaepshoofden verbinden zich ertoe de boom extra in het oog te houden, te beschermen en te behoeden voor beschadiging, vandalisme en wildplassen. Aangezien de boom vlakbij herberg Sint-Gummarus staat, is bijna permanent toezicht verzekerd. “We hebben ook een Groenschaep in onze rangen”, vertelt voorzitter Marc Stubbe nog. “Chris Geurs van Quercus Verde kent veel van bomen en kan ons en de stad bij problemen ongetwijfeld met raad en daad bijstaan”.
Vertaling van de Latijnse tekst welke in de koker werd gevonden.
Verklaring van de Societeit der Schaepshoofden
De sociëteit der Schaepshoofden, die al vele onderscheidingen heeft opgestapeld, heeft als doel de oprichting van een kring van diverse en levendige vrienden, de CMAA (in het latijn vaneigens).
De Sociëteit komt eens per maand samen en trekt velen aan in een cafe ergens in de stad, om over de wetenschap te dicussiëren, gecombineerd met muziek en een gedichtenrecital, en om de beiaard te beluisteren. De leden zijn levensgenieters van goeder trouw, die in moeilijke tijden onverstoorbaar het hoofd koel houden, plechtig uitgedrukt in de spreuk : Age si quid agis" (zoals Plautus zei en bevestigd door het wit schaap, de voorzitter (grote baas) van de Sociëteit)
De Sociëteit organiseert verschillende evenementen, neemt giften aan, komt tussen en begeleidt de burgers van de stad, hartstochtelijke en welbespraakte mensen, met raad en daad - in de breedst mogelijk zin - ter bevordering van het culturele, artistieke en gastronomisch leven der Schapenkoppen van de stad Lier.
Zilverlinde
De zilverlinde is een bladverliezende soort van eerste grootte die tot 30 m hoog kan worden. Zijn voorkomen wordt gekenmerkt door een hoge koepelvormige kruin bestaande uit klimmende en gebogen takken die soms naar de rand van de kruin toe weer omlaag buigen.
Zijn kroon heeft een opmerkelijk zilverkleurige tint door de aanwezigheid van een donzige laag katoenachtige witte haren op de onderkant van de bladeren. Deze zilveren weerschijn is nog opvallender bij zonnig weer.
De bladeren zijn afwisselend, enkelvoudig, gesteeld, asymmetrisch, ovaal-cirkelvormig met een lengte van 5 à 10 cm, spits toelopend, hartvormig of bijna afgeknot, dicht of dubbel ingeplant (~getand), soms gelobd, donkergroen en glad langs boven, met een zeer dicht dons van katoenachtige witte haren (wit tomentum) langs onder. De lengte van de bladsteel is kleiner dan of gelijk aan de helft van de lengte van de bladschijf. Dit onderscheidt de zilverlinde van de Tilia petiolaris.
De jonge twijgen zijn witachtig en behaard, de knoppen zijn eirond, donzig en groen en bruin van kleur.
Tijdens de bloei eind juli verschijnen witachtige, sterk geurende en nectar producerende bloemen die per 6 à 10 gegroepeerd in schermen afhangen van een lange steel. Elke steel draagt aan zijn basis één enkel langwerpig schutblad, witgeel van kleur, membraanachtig, min of meer ellipsvormig, dat tot de winter behouden blijft.
De vruchten zijn eironde en donzige dopvruchtjes, bijna vijfhoekig van vorm met weinig uitstekende zijkanten.