Academie opent haar Meesterkabinetten

De Stedelijke Academie voor Schone Kunsten in Lier zet voor de zesde keer de deuren van haar “Meesterkabinetten” open. Dit jaar stellen vier leerkracht-kunstenaars hun werk tentoon in het Vleeshuis aan de Grote Markt.
Beeldhouwster Pazzi De Peuter maakt polychrome beelden in hout, marmer en terracotta. Soms verwerkt ze een veelkleurige mozaïek in haar driedimensionale sculpturen. Een techniek die ze zelf heeft ontworpen.
Fotografe Ilse Liekens maakt meestal foto’s van landschappen en gebouwen, hermetisch in beeld gebracht. Deze keer kiest ze voor videowerk: geen flitsende montage, wel een sobere aaneenschakeling van bewegende foto’s.
Keramiste Liesbet Van Huysse stelt installaties tentoon die opgebouwd zijn uit zowel gebakken als ongebakken objecten in porselein. Nu en dan gaat het porselein een relatie aan met andere materialen zoals foto’s, teksten, licht en water.
Het werk van schilderes Hilde Brabants, geschilderd op papier, laat zien dat elk beeld een manipulatie of interpretatie van de werkelijkheid is en dat het uitgebeelde zelfs een eigen leven kan leiden. Het gaat bij Hilde niet om wat ze toont, maar om welke emoties haar werk oproept.
De tentoonstelling is toegankelijk op 11 en 12 en op 18 en 19 februari, telkens van 14 tot 17 uur. De toegang is gratis.
Inleiding bij de opening van de tentoonstelling door Kristin De Glas
Werk van 4 sterke, creatieve vrouwen. Vrouwenkunst? Het onderscheid tussen vrouwen- en mannenkunst is waarschijnlijk niet relevant hoewel er in het verleden veel inkt over is gevloeid. Maar toch blijft het in het licht van de geschiedenis een kleine overwinning. Het is niet altijd zo geweest dat vrouwelijke kunstenaars de aandacht kregen die ze verdienden. Vrouwen mochten eeuwenlang model en muze zijn van kunstenaars, maar werden doodgezwegen als ze zelf aan de slag gingen. Dat willen we hier zeker niet laten gebeuren. Vandaar deze kleine inleiding.
Toen ik met het werk van de verschillende deelnemende kunstenaars kennis maakte, viel me op dat er eigenlijk een rode draad door deze tentoonstelling loopt: De Tijd.
Pazzi De Peuter
Pazzi maakt beelden die van deze tijd zijn. Het zijn vrouwen die ‘er staan’. Maar hun band met de traditie is niet te loochenen. Pazzi’s keuze voor het directe kappen in marmer gaat terug op de diepe wortels van onze westerse beschaving: de antieke, Griekse cultuur, de renaissance. Ook in haar voorkeur voor de menselijke gestalte knoopt ze aan bij deze traditie.
Maar ook in de beeldtaal die ze hanteert, klinken echo’s door van zelfs nog oudere culturen: Egypte, Kreta.
Het subtiele kleurgebruik in de beelden is een gedurfde stap nadat eeuwenlang het ongekleurde beeld de norm was. Een kleurdimensie toevoegen aan het beeld gebeurt op verschillende manieren, ondermeer door anders gekleurde steensoorten te gebruiken.
Het beeld dat in Pazzi’s ensemble de meeste aandacht opeist is een prototype dat is samengesteld uit verschillende delen, telkens anders gekleurd. Het kan uiteengehaald en weer ineengezet worden. Vanuit onze kindertijd kennen we het plezier in het ineenpassen van verschillende vormen. Het zalige gevoel bij de ervaring van ‘het klikt ineen’, het ene puzzelstuk past in het andere. Zo ontstaat hier, op een haast speelse manier, een boeiende en onverwachte combinatie van vormen en kleuren.
Liesbet Van Huysse
Liesbet presenteert haar keramisch werk als een architectuurmaquette, heel eenvoudig: witte vormen op een witte tafel, sommigen spaarzaam uitgelicht.
Ik moest meteen denken aan een werk van de vorige week overleden Amerikaanse kunstenaar, Mike Kelly. Zijn werk ‘Educational Complex’ bestaat ook uit een soort maquette op een tafel. Kelly toont ons de scholen waar hij als kind en jongere heeft opgezeten. Als we goed kijken zien we echter dat er stukken in de architectuur ontbreken. Hij heeft de ruimten immers nagebouwd vanuit zijn herinnering en die vertoont, zoals die van ons allemaal, gaten. Deze lacunes worden ook echt open gelaten in de opstelling van zijn werk.
Ook het werk van Liesbet, dat er wel abstracter uitziet dan dat van Kelly en herinneringen oproept aan etnische leemarchitectuur zoals we die bijvoorbeeld in Mali zien, is sterk architecturaal gekleurd. Ze hanteert een eenvoudige techniek, die de toeschouwer niet wil epateren. Door het plaatsen van vlakken (wanden) worden ruimten geschapen. Dit is precies wat de architectuur in essentie doet: ruimten creëren.
Het werk dat hier wordt getoond, bestaat uit verschillende afzonderlijke modules die samen een installatie vormen. Deze installatie staat hier en nu op deze manier. Volgende keer zal ze er weer anders uitzien. Ze bevriest niet in de tijd, ze mag veranderen, evolueren.
Dit tijdsaspect zit ook in het onderliggende verhaal van het werk. Dat verhaal gaat over herinnering en geheugen.
Liesbet maakte op een moment kennis met een vrouw die in een dementeringsproces zat. Zo geraakte ze gefascineerd door de herinnering en de lacunes in onze herinnering. We kunnen hierbij denken aan de vides en leegten in de installatie die we hier zien.
Dat aspect van de tijd die dingen uitwist, was echter ook al vroeger in haar werk aanwezig. Ze maakte toen reeds werk in ongebakken klei. Na verloop van tijd werd het werk vernietigd en de klei gerecupereerd in een ander werk. Dat werk hield als het ware de ‘herinnering’ aan het vorige werk in zijn materiaal vast.
Ook nu nog werkt Liesbet met ongebakken of op lage temperatuur gebakken klei die op eigen tempo mag evolueren en desintegreren. Soms, zoals ook in deze installatie het geval is, wordt een element in water gezet. Dit water tast de klei aan en doet hem desintegreren. Dit proces wordt fotografisch vastgelegd.
De werking van de tijd wordt dus steeds nadrukkelijk in het werk toegelaten. Er dient geen ‘eeuwige schoonheid’ te worden gecreëerd. Ook het efemere, het tijdelijke heeft zijn schoonheid.
Ilse Liekens
Ilse is fotografe en dus gespecialiseerd in het stilzetten van de tijd. Maar dat is nu juist wat ze besloot niet langer te doen.
Van foto schakelde ze over op korte filmpjes. Het werk draagt de titel :
51° 13' 0" noord - 4° 28' 0" oost
dat is de lengte- en breedtegraad van de plek waar Ilse woont. Een - niet zo bijzondere - plek, maar waar ze ons op een heel bijzondere manier mee laat kennismaken
Film is, zoals we ons nog wel herinneren uit de tijd van de pellicule eigenlijk niet meer dan een opeenvolging van foto’s, en behoort dus ook het domein van de fotografie en de fotografen.
In de korte filmpjes van Ilse worden beelden aaneengeschakeld. Zo wordt de tijd niet langer bevroren, maar juist weer in werking gezet.
In sommige filmpjes worden stilstand en beweging op een heel subtiele manier gecombineerd, zoals in het filmpje met de lampen en de reflecties in de lijst.
Door met film te werken is ook de introductie van geluid mogelijk. Dit voegt een dimensie toe aan de beelden. Het geluid is vaak subtiel, maar veelzeggend in de context.
Maar de introductie van een tijdsdimensie heeft ook een rechtstreeks effect op ons, op de toeschouwer.
Traditioneel zijn fotografie en schilderkunst kunstvormen zonder uitgesproken tijdsdimensie. De kunstenaar legt ons niet op hoe lang we naar een foto of schilderij moeten kijken. Bij filmt en muziek is dat anders. Om het werk te leren kennen moet je een bepaalde tijd vrijmaken. Dan pas ontplooit het werk zich volledig.
Ervaring leert nu dat museumbezoekers gemiddeld 9 seconden voor een schilderij staan. Door haar beelden aaneen te schakelen worden we door Ilse als het ware gedwongen (maar het is een aangename dwang) zolang naar het werk te kijken als zij wil. Dat is niet overdreven lang, zodat onze aandacht ook scherp blijft.
Een van de films wordt getoond in een loop. Zo wordt de tijd hier nog op een andere manier geïntroduceerd en gemanipuleerd: het is een soort van ‘eeuwige wederkeer’.
Hilde Brabants
De recente werken van Hilde die ze hier toont, zijn sober in kleurgebruik, vormgeving en compositie. Toch bezitten ze een grote kracht en dynamiek en weet Hilde veel ruimte te creëren in elk werk.
Op het eerste gezicht zien we hier niet meteen een tijdsdimensie. Maar als we iets meer weten over de ontstaansgeschiedenis van dit fascinerend werk, komt ook hier een verhaal over tijd in naar voor.
De werken die we hier zien, groeiden uit vroeger werk dat sterk door het landschappelijke was bepaald. De landschappen waren meestal water, rotsen, bergen. Het waren wat we ‘abstracte landschappen’ zouden kunnen noemen. In deze landschappen was al een kern, een mogelijkheid tot abstrahering aanwezig.
Maar nu deze abstrahering zich ook heeft voorgedaan, is ook het landschap nog steeds aanwezig in het abstracte werk. Want elk nieuw werk draagt het oude mee in zich en in elk werk is eigenlijk het hele oeuvre van een kunstenaar aanwezig. Niet op een evidente manier, maar toch is er nog een landschappelijk gevoel te bespeuren voor wie aandachtig naar het werk kijkt (langer dan 9 seconden).
De verhouding tussen abstractie en figuratie is hier te benaderen met de nodige omzichtigheid. Een verre herinnering aan landschappen is in een onderlaag van het recente werk nog aanwezig. Het werk is gelaagd, zoals geologische lagen. En zoals de geologische lagen de tijdsdimensie van een landschap aanschouwelijk maken, zo blijven hier ook sporen van het vroeger werk aanwezig.
Toch is het eigenlijk voor de toeschouwer niet nodig dit allemaal te weten. Zoals Agnes Martin, een Amerikaanse schilderes die abstract werkte, maar zeer van de natuur hield, ooit zei: ‘Anyonewhocansit on a stone in a field a while, canseemypainting’.
En ik zou ook willen besluiten met een citaat van diezelfde Agnes Martin dat zeer toepasselijk is op het werk van Hilde, maar ook op alle goede kunst:
‘This paintig is not really about nature. It is not what is seen. It is what is known forever in the mind.’














